Beheer van flora en fauna in het Luntersche Buurtbosch

WP_20151004_005De Lunterse bevolking prijst zich gelukkig met een buurtbos dicht bij de bebouwde kom. Dit blijkt uit de bezoekersaantallen op vrijwel alle tijden dat er daglicht is. Het buurtbos wordt gekenmerkt door de gevarieerde flora in brede leeftijdsopbouw van bomen, planten, paddenstoelen en schimmels, en de fauna bestaande uit vogels, zoogdieren, reptielen, vlinders en andere insecten.

De Stichting Het Luntersche Buurtbosch heeft aan de Wetenschapswinkel van Wageningen Universiteit gevraagd om ondersteuning bij het opstellen van een plan om het flora- en faunabeheer beter op elkaar af te stemmen en meer toekomstbestendig te maken. Vragen hierbij waren: Wat is nodig om de biodiversiteit van het bos te behouden of te vergroten zodat de beleving van het bos door de bezoeker nog beter wordt. Welke keuzes c.q. maatregelen zijn daarvoor nodig?

Een groep van 5 studenten heeft als onderdeel van hun opleiding aan Wageningen Universiteit onderzoek gedaan voor het Luntersche Buurtbosch. Zij hebben op basis van literatuurstudie, veldwerk en interviews adviezen gegeven over het verbeteren van de ecologie in het buurtbos en over het vergroten en verbeteren van de natuurbeleving in het gebied. Een aanpalend doel voor de studenten was om na te gaan in hoeverre het buurtbos voldoet of kan gaan voldoen aan Natura 2000 richtlijnen.

Habitat types in het Luntersche Buurtbosch op basis van Natura 2000 regelgeving. De witte gebieden zijn gemengd bos.

Habitat types in het Luntersche Buurtbosch op basis van Natura 2000 regelgeving. De witte gebieden zijn gemengd bos.

Er zijn in ons bos enkele habitattypen onderscheiden die bij voorkeur behouden dienen te worden. Dit zijn het zwak gebufferde ven met droge heide (de Poelheide) en het beuken-eikenbos met hulst (het Fischlerwoud). In de figuur links staat ruimtelijk weergegeven waar deze habitattypes te vinden zijn. Verder is uitzichttoren de Koepel met daaromheen het door notaris Van den Ham ontworpen bladpatroon van grote cultuurhistorische waarde en dient dus in stand gehouden te worden.
Om een beeld te krijgen van de huidige natuurwaarden in het buurtbos is door de studenten een bosinventarisatie uitgevoerd. Er zijn 31 boomsoorten en houtachtige struiken geteld in de periode november-december 2014. Boomsoorten LBB 2014

Om de natuurbeleving te vergroten is nagegaan wat aantrekkelijke diersoorten zijn voor het Luntersche Buurtbosch. Er is een lijst gemaakt met deze soorten:

Appelvink (Coccothraustes coccothraustes) Bosuil (Strix aluco)
Vuurgoudhaan (Regulus ignicapillus) Wespendief (Pernis apivorus)
Kuifmees (Lophophanes cristatus) Fazant (Phasianus colchicus)
Grote lijster (Turdus viscivorus) Hazelworm (Anguis fragilis)
Fluiter (Phylloscopus sibilatrix) Rosse vleermuis (Nyctalus noctula)
Kruisbek (Loxia curvirostra) Rode/gewone eekhoorn (Sciurus vulgaris)
Goudvink (Pyrrhula pyrrhula) Wild zwijn (Sus scrofa)
Boomklever (Sitta europaea) Ree (Capreolus capreolus)
Houtsnip (Scolopax rusticola) Vos (Vulpes vulpes)
Raaf (Corvus corax) Das (Meles meles)
Zwarte specht (Dryocopus martius) Vlinders
Havik (Accipiter gentilis)

Het advies van de studenten aan de stichting Het Luntersche Buurtbosch betreft het verbeteren van de ecologie van het bos. Het is gericht op het vergroten van de biodiversiteit, het aantal aantrekkelijke soorten en het verhogen van de natuurbeleving. Dit kan door te zorgen voor verjonging, waardoor er voedsel is voor reeën, goudvink en houtsnip. Verjonging zorgt ook voor schuilplaatsen voor ander wild. Tegelijkertijd is het belangrijk dat er delen zijn met oud bos. Oud bos betekent dikke bomen met nestgelegenheid en dood hout als voedsel voor paddenstoelen. Onder de bast van het dode hout leven houtmieren, die als voedsel dienen voor de zwarte specht. Ook strooiselverbeterende bomen zijn belangrijk voor het bos. Hierdoor ontstaat een rijker bodemleven, met meer regenwormen dat voedsel is voor de das en houtsnip. Deze boomsoorten zorgen voor meer kruiden, waardoor er meer vlinders, insecten en spinnen in het bos zullen komen. Een ander advies van de studenten is te zorgen voor vrucht- en nootdragende bomen. De bessen en vruchten van deze bomen zijn voedsel voor muizen, gaaien, zwijnen, eekhoorns, boomklevers, vossen, boommarters en dassen. Een voorbeeld van zo’n boom is de bloeiende Amerikaanse krenteboom. In het westen van het bos zijn er mogelijkheden om het beuken-eikenbos met hulst te vergroten. Dit kan door stimuleren van nootdragende boomsoorten als beuk, zomereik en wintereik.
De studenten adviseren de Stichting om het toekomstig beheer van het buurtbos in te richten aan de hand van een 50 jaren beleidsplan.
Het bestuur van de stichting heeft in het najaar van 2013 een faunabeheerder / gastheer / toezichthouder benoemd en wel de heer Gert van Harn.