Gert van Harn op Goudsberg aan de slag tegen erosie

Witte Wievengat wordt ven met natuurwaarde

Door: Freek Wolff

LUNTEREN – ,,Het is een stukje dat we terug willen geven aan de natuur. We gaan het – al doende tijdens ons werk – laten ontstaan.” Aan het woord is jachtopzichter Gert van Harn. De Lunteraan begint dit najaar met de aanleg van een ven in het Witte Wievengat.

Het zit goed op de Notarisbank, even naar beneden bij het gerenoveerde Middelpunt van Nederland. Daar heb je een mooi uitzicht op het zogenoemde Witte Wievengat, hoewel opslag het zicht deels bemoeilijkt.

Gert van Harn vermoedt dat deze plek ook diende voor zandwinning voor de aanleg van de spoorlijn, wat in elk geval wel aan de overkant van de Hessenweg door de NS gebeurde, wat in de volksmond bekend staat als het schietgat. ,,Maar weet je wat het leuke aan deze plek is? Twee jaar geleden zagen Janus van Tilburg, Ab Welgraven en ik dat het hier helemaal dichtgegroeid was. Er liep één mountainbikerspaadje en dat was het. Het had verder voor niemand enige waarde. Toen we de ring voor het middelpunt gingen realiseren, moesten we het zand van eigen terrein af halen en toen ontstond het idee om dit hier weg te halen. Daarbij hebben we een pad omhoog gecreëerd naar het middelpunt. Dit had heel wat voeten in aarde, want dit stukje loopt erg steil. Met de tractor van loonwerker Maas Veldhuizen ging dat niet zo eenvoudig, vooral als het geregend had.”

Tegelijk borrelde bij die werkzaamheden een idee naar boven, om het water dat van de berg stroomde, juist in het stevig uitgediepte gat op te vangen. ,,We hebben het project van het Witte Wievengat even in de koelkast gezet, maar nu is dat plan weer op tafel gekomen, toen daar financiering voor kwam. Want de Vrienden hebben het geadopteerd.” Tijdens de laatste jaarvergadering van de Vrienden werd duidelijk dat hiervoor 25.000 euro uit het Johan Noordmansfonds beschikbaar is gekomen.

De bedoeling is dat de erosie, veroorzaakt door de regen van het middelpunt naar het gat, bestreden wordt. ,,We willen het water dat naar beneden stroomt, op een oor leggen, zoals we dat noemen. Dit laten we in een soort goot aan de oostkant naar beneden komen. Bovenaan het gat vangen we dat water op en dan laten we het in ongeveer drie plateaus/terrassen vertraagd verder stromen. Zo haal je met die hoogteverschillen de stroming eruit.”

De huidige stand van zaken toont, juist na veel regenbuien, dat het water inderdaad (aan de westkant van het gat) hele diepe sporen heeft nagelaten. ,,Het komt hier met sloten tegelijk naar beneden, dat gaat heel erg hard. Wat een geweld!”

Er is nog een heel klein modderplasje van over op de bodem van het gat, omdat het water heel snel de zandgrond in zakt. Van Harn wil het gat iets minder diep maken en een leemlaag aanbrengen op de bodem, zodat het water beter blijft staan. ,,Je komt hier toch niet bij het grondwater, want dat zit veel te diep. We hebben we nog wel gedacht om een put te slaan. Met een solarpaneeltje erbij kun je dan met een pomp een liter of tien per dag naar boven halen, om lange droge perioden te overbruggen.”

Er moet een ven ontstaan dat niet te diep wordt, want het mag geen gevaar opleveren. ,,Wild of mensen moeten er weer uit kunnen komen…” In het gat wil Van Harn ook ‘tafels’ maken die afwisselend onder water en droog komen te staan. ,,Daar en op de plateaus krijg je op die manier allerlei verschillende planten en dieren.” Hendrik Prins noemde tijdens de vergadering de kans op bijvoorbeeld kikkers, salamanders en libellen. Reeën kunnen ook in het ven komen drinken. ,,Maar we gaan het niet zelf beplanten. We kijken wat de natuur hier doet. Het talud aan de zijkant willen we wel beplanten met raaigras of Engels gras.”

De bedoeling is om aan de randen de vroeger veel toegepaste hakhoutcultuur terug te brengen. Van Harn wijst op de acacia’s, berken, kers en vuilbomen die hij ziet staan. ,,We gaan het op hakhouthoogte terug zetten. Dat betekent niet dat we het groen met wortel en al gaan rooien, maar we snoeien het terug tot een centimeter of tien boven het maaiveld. In de loop der jaren moet je dit dus nog een keer doen.” In dit verband kijkt hij ook naar de oostkant van het gat, waar het uitzicht op de eng langs de Hessenweg moet blijven bestaan. ,,Dat heb ik helemaal open gezaagd.”

Voor het spannende verhaal rond de Witte Wieven verwijst de jachtopzichter graag naar verhalenexpert Louis Fraanje. ,,Het is een stukje romantiek dat eraan wordt gegeven.” Wel is met enige fantasie voor te stellen waarom ooit voor die naam is gekozen, omdat het gat best een besloten plek is, bij uitstek geschikt voor vergaderingen van spookachtige geesten. ,,Ik ben hier op verschillende tijdstippen geweest, maar ik heb ze nog nooit gezien”, reageert Van Harn lachend. ,,Ik heb hier überhaupt nooit een wief gezien.” (hilariteit)

Het project moet zich gaandeweg uitkristalliseren. Maas Veldhuizen gaat het grondwerk doen, samen met Gert. De aanvang van de werkzaamheden zal omstreeks november 2017 zijn. ,,Met het zaagwerk begin ik iets eerder, als het blad eraf is.”

Het Witte Wievengat kan in de ogen van Gert een mooie plek worden. ,,Om hier van een stukje natuur te genieten. Dus niet een ven om met je paard of met je mountainbike doorheen te gaan. We moeten er geen rotzooi van maken en het met z’n allen mooi houden.”