Koffieconcert met Hanneke Rouw op cello op zondag 28 augustus om 12:30 uur

Celliste Hanneke Rouw

Celliste Hanneke Rouw

Hanneke Rouw is op acht jarige leeftijd begonnen met cello spelen. Met veel plezier heeft ze lessen gevolgd bij Rata Kloppenburg, Maria Hol en Ran Varon. Op haar zestiende speelde ze solo met het Jeugd Strijkorkest Constantijn (nu Het Britten). In hetzelfde jaar won ze een eervolle vermelding op het Prinses Christina Concours. Ondanks haar passie voor de cello is Hanneke microbiologie gaan studeren in Wageningen. Na haar afstuderen in 2011 heeft ze besloten om alsnog voor de cello te kiezen. Hanneke heeft gestudeerd bij Martijn Vink aan de Luca School of Arts in Leuven.
Voor dit bijzondere concert in De Koepel met haar prachtige akoestiek speelt Hanneke Rouw: J.S. Bach – Eerste suite in G, BWV 1007 en de vierde suite in Es, BWV 1010.

Een celloconcert bestaat meestal uit drie delen en werd vooral in het classicisme en de romantiek veel gebruikt. Toch werden er ook voor en na die tijd celloconcerten geschreven. Ooit was de cello een standaard solo instrument in concerten van componisten als Vivaldi, Karl Stamitz en Boccherini. Maar aan het eind van de 18e eeuw raakte hij uit de gratie. Zijn weinig doordringende toon die inderdaad zwakker is dan die van de viool werd te zwak geacht tegenover de steeds groeiende orkesten. Haydn schreef nog een tweetal concerten en een concertante symfonie voor het instrument. Mozart negeerde het instrument geheel en Beethoven ruimde er slechts een plekje voor in binnen zijn tripelconcert, net als veel later Brahms in zijn dubbelconcert.Cello
De meeste componisten die in de 19e eeuw celloconcerten schreven, legden daar weinig eer mee in en hun werken werden vrij snel vergeten: Offenbach (1848), Sullivan (1866), Anton Rubinstein (1864 en 874), Henri Vieuxtemps (1876 en 1880) en Victor Herbert (1893) bijvoorbeeld. Wèl succesvol waren Schumann (1841), Saint-Saëns met zijn 1e concert (1872), Lalo (1877) en uiteraard Dvorak (1895 en in feite zijn tweede concert na een ietwat mislukte opzet uit 1865) plus Richard Strauss met zijn Don Quixote uit 1896/7. Zij toonden duidelijk aan dat de cello effectief een heel goed solo instrument kan zijn mits goed en vooral met gevoel aangepakt.