Lezing: ‘Hoe zijn onze spreekwoorden en gezegden ontstaan’ was groot succes

Op dinsdag 28 februari 2017 was kunsthistoricus Michel Didier in het Westhoffhuis om een lezing houden over de oorsprong en het ontstaan van spreekwoorden en gezegden. Het was een gezamenlijk initiatief van de Culturele Kring Lunteren, de Vereniging Vrienden van het Buurtbosch en de Vereniging Oud Lunteren.

Spreekwoorden en gezegden spelen in het dagelijkse leven een belangrijke rol. Een groot aantal werd op levendige wijze gepresenteerd.
In woord en beeld
Bosbouw, veeteelt en landbouw waren van invloed bij hun ontstaan: door de bomen het bos niet meer zien, het paard achter de wagen spannen, te veel hooi op de vork nemen.
Veel van onze spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden zijn vertalingen van Latijnse gezegden en komen overeen met die in andere Europese talen: met een korrel zout nemen, geld stinkt niet, verdeel en heers. Daarnaast zijn er veel ontleend aan de klassieke (Griekse, Romeinse) geschiedenis: onder het juk doorgaan, met argusogen, de beker leeg drinken.
Ook de bijbel is inspiratiebron: gejeremieer, adamskostuum, aanfluiting, muggenziften, te elfder ure. Aan de middeleeuwen danken we uitdrukkingen als: de plaat poetsen, de draak steken, een lans breken, een heet hangijzer.
De vaderlandse geschiedenis zorgde eveneens voor de nodige inspiratie: Jantje van Leiden, praten als Brugman, volgens Bartjens, de kop van Jut.
De scheepvaart spreekt ook een woordje mee: volle vaart, bakzeil halen, een woord als bierkaai. Verder mogen we de kunst niet vergeten, speciaal de literatuur en de schilderkunst: anderhalve man en een paardenkop, nieuwsgierig Aagje, vrolijke Frans, ijzeren Hein, brave Hendrik, Barbertje moet hangen. Wat de schilderkunst betreft spreekt het werk, de verkeerde wereld, van Pieter Brueghel de Oude voor zichzelf. En vergeet ook Jan Steen niet (zoals de ouden zongen, zo piepen de jongen).
Het was een avond met veel herkenningspunten en veel humor.